Reguliere -re werkwoorden Opdrachten in de Franse taal

In het Frans zijn regelmatige werkwoorden die eindigen op -re essentieel om te beheersen voor iedereen die de taal wil leren. Deze werkwoorden volgen een voorspelbaar en consistent patroon in hun vervoegingen, waardoor ze eenvoudiger te leren zijn dan onregelmatige werkwoorden. Begrip van de vervoegingsregels van deze werkwoorden stelt je in staat om correct te spreken en schrijven, en je woordenschat uit te breiden. Of je nu een beginner bent of je kennis wilt opfrissen, het beheersen van deze werkwoorden is een belangrijke stap in het leren van de Franse taal. Onze oefeningen zijn ontworpen om je te helpen de regels van regelmatige -re werkwoorden te begrijpen en toe te passen in verschillende contexten. Door middel van diverse oefeningen kun je je vaardigheden verbeteren, fouten identificeren en je zelfvertrouwen opbouwen in het gebruik van deze werkwoorden. Elke oefening biedt een combinatie van invuloefeningen, vertalingen en zinsconstructies om je kennis te testen en te versterken. Neem de tijd om elke oefening grondig door te werken en je zult merken dat je beheersing van de Franse taal aanzienlijk zal verbeteren.

Exercise 1 

<p>1. Il *vend* des fruits au marché (handelen).</p> <p>2. Nous *attendons* le bus chaque matin (wachten).</p> <p>3. Vous *répondez* toujours aux questions du professeur (antwoorden).</p> <p>4. Elle *descend* les escaliers rapidement (naar beneden gaan).</p> <p>5. Ils *perdent* souvent leurs clés (kwijtraken).</p> <p>6. Tu *entends* la musique de la fête (horen).</p> <p>7. Je *vends* ma vieille voiture (verkopen).</p> <p>8. Elles *attendent* leur tour avec impatience (wachten).</p> <p>9. On *défend* notre territoire contre les envahisseurs (verdedigen).</p> <p>10. Il *rend* les livres à la bibliothèque (teruggeven).</p>
 

Exercise 2

<p>1. Elle *vend* des légumes au marché (werkwoord voor verkopen).</p> <p>2. Nous *attendons* le bus chaque matin (werkwoord voor wachten).</p> <p>3. Tu *réponds* toujours aux questions rapidement (werkwoord voor antwoorden).</p> <p>4. Ils *descendent* les escaliers prudemment (werkwoord voor afdalen).</p> <p>5. Vous *perdez* souvent vos clés (werkwoord voor verliezen).</p> <p>6. Je *rends* visite à mes grands-parents chaque dimanche (werkwoord voor bezoeken).</p> <p>7. Ils *entendent* la musique depuis leur maison (werkwoord voor horen).</p> <p>8. Nous *attendons* la pluie depuis plusieurs jours (werkwoord voor wachten).</p> <p>9. Elle *répond* à son téléphone immédiatement (werkwoord voor antwoorden).</p> <p>10. Tu *vends* tes anciens livres en ligne (werkwoord voor verkopen).</p>
 

Exercise 3

<p>1. Je *vends* des fruits au marché chaque samedi. (werkwoord voor verkopen)</p> <p>2. Nous *attendons* le bus depuis vingt minutes. (werkwoord voor wachten)</p> <p>3. Elle *répond* toujours rapidement aux emails. (werkwoord voor antwoorden)</p> <p>4. Ils *perdent* souvent leurs clés. (werkwoord voor verliezen)</p> <p>5. Vous *descendez* l'escalier pour aller au sous-sol. (werkwoord voor afdalen)</p> <p>6. Je *rends* visite à mes parents chaque dimanche. (werkwoord voor bezoeken)</p> <p>7. Nous *entendons* de la musique venant de la rue. (werkwoord voor horen)</p> <p>8. Ils *défendent* leurs idées avec passion. (werkwoord voor verdedigen)</p> <p>9. Elle *fond* du chocolat pour préparer un gâteau. (werkwoord voor smelten)</p> <p>10. Vous *répandez* des rumeurs sans preuve. (werkwoord voor verspreiden)</p>
 

Learn a Language With AI 5x Faster

Talkpal is AI-powered language tutor. Learn 57+ languages 5x faster with revolutionary technology.