Toestemming (kan, mag) Opdrachten in de Engelse taal

In de Nederlandse taal spelen de woorden 'kan' en 'mag' een cruciale rol bij het uitdrukken van toestemming en mogelijkheden. Het juiste gebruik van deze woorden kan echter verwarrend zijn voor zowel beginners als gevorderde taalgebruikers. 'Kan' wordt meestal gebruikt om te spreken over capaciteiten of mogelijkheden, terwijl 'mag' vaak wordt gebruikt om toestemming of permissie aan te geven. Het begrijpen van het verschil tussen deze twee woorden en het correct toepassen ervan in verschillende contexten is essentieel voor een nauwkeurige en efficiënte communicatie. Deze grammatica-oefeningen zijn ontworpen om je te helpen het gebruik van 'kan' en 'mag' te beheersen. Door middel van diverse oefeningen en voorbeelden krijg je de kans om je vaardigheden te verbeteren en je zelfvertrouwen te vergroten bij het spreken en schrijven van het Nederlands. Of je nu een student bent die de taal leert of een professional die zijn taalvaardigheid wil verfijnen, deze oefeningen bieden een waardevolle bron om je kennis te verdiepen en je beheersing van het Nederlands te versterken.

Exercise 1 

<p>1. *Mag* ik naar het toilet gaan? (toestemming vragen)</p> <p>2. Hij *kan* goed piano spelen. (vaardigheid uitdrukken)</p> <p>3. Jullie *mogen* hier niet roken. (verbod aangeven)</p> <p>4. Wij *kunnen* morgen naar het strand gaan. (mogelijkheid uitdrukken)</p> <p>5. Zij *mag* vanavond naar het feestje gaan. (toestemming geven)</p> <p>6. Jij *kan* dat boek uit de bibliotheek lenen. (mogelijkheid aangeven)</p> <p>7. *Mag* ik een stukje taart nemen? (toestemming vragen)</p> <p>8. Hij *kan* de auto repareren. (vaardigheid uitdrukken)</p> <p>9. Jullie *mogen* hier parkeren. (toestemming geven)</p> <p>10. Wij *kunnen* samen studeren voor de toets. (mogelijkheid aangeven)</p>
 

Exercise 2

<p>1. *Mag* ik naar het feestje gaan? (toestemming om naar een evenement te gaan)</p> <p>2. Je *kan* nu naar huis gaan. (toestemming om naar huis te gaan)</p> <p>3. Hij *mag* de auto lenen voor het weekend. (toestemming om iets te gebruiken)</p> <p>4. *Kan* jij me helpen met mijn huiswerk? (toestemming om hulp te vragen)</p> <p>5. Wij *mogen* vanavond laat opblijven. (toestemming om laat op te blijven)</p> <p>6. *Mag* ik deze stoel gebruiken? (toestemming om iets te gebruiken)</p> <p>7. *Kan* ik jouw telefoon lenen? (toestemming om iets te lenen)</p> <p>8. Zij *mag* een ijsje kopen na het eten. (toestemming om iets te kopen)</p> <p>9. *Kan* jij morgen met mij lunchen? (toestemming om samen te lunchen)</p> <p>10. Hij *mag* de hond uitlaten. (toestemming om iets te doen)</p>
 

Exercise 3

<p>1. *Mag* ik een koekje nemen? (toestemming vragen)</p> <p>2. *Kan* je mij helpen met mijn huiswerk? (mogelijkheid of toestemming)</p> <p>3. *Mag* ik naar het toilet gaan? (toestemming vragen)</p> <p>4. *Kan* hij die zware doos tillen? (mogelijkheid of toestemming)</p> <p>5. *Mag* ik een kopje koffie voor je maken? (toestemming geven)</p> <p>6. *Kan* zij goed piano spelen? (mogelijkheid)</p> <p>7. *Mag* ik met mijn vrienden naar de film? (toestemming vragen)</p> <p>8. *Kan* je de deur voor me openhouden? (mogelijkheid of toestemming)</p> <p>9. *Mag* ik hier zitten? (toestemming vragen)</p> <p>10. *Kan* ik een afspraak maken voor morgen? (mogelijkheid of toestemming)</p>
 

Learn a Language With AI 5x Faster

Talkpal is AI-powered language tutor. Learn 57+ languages 5x faster with revolutionary technology.